Als ik terugkijk op mijn pabo-avontuur, kan ik eigenlijk maar één ding concluderen: het is absoluut niet gelopen zoals ik vooraf had bedacht. Er waren momenten waarop ik ontzettend blij was, momenten waarop ik dacht dat ik het allemaal nooit zou halen en vooral heel veel momenten waarop ik gewoon hard mijn best heb gedaan om alles bij te houden. Uiteindelijk heeft mijn route naar het diploma wat langer geduurd dan gepland, maar achteraf zou ik hem eigenlijk niet anders willen hebben. Juist doordat ik onderweg verschillende obstakels ben tegengekomen, heb ik ontzettend veel geleerd over mezelf, over het onderwijs en vooral over het soort leerkracht dat ik wil zijn.
Van pedagogiek naar de pabo
Mijn route begon eigenlijk helemaal niet bij de pabo. Ik ben eerst Pedagogiek gaan studeren, maar tijdens die opleiding merkte ik steeds sterker dat ik iets miste. Ik miste de klas, de kinderen en het daadwerkelijk lesgeven. Het werken met kinderen vond ik nog steeds ontzettend interessant, maar ik merkte dat ik niet alleen wilde begeleiden. Ik wilde juist voor een groep staan, lessen bedenken en kinderen iets leren. Uiteindelijk heb ik daarom besloten om met Pedagogiek te stoppen en opnieuw te kijken naar wat ik nu eigenlijk wilde.
Vanuit de stichting waarvoor ik werk kreeg ik vervolgens de kans om de deeltijd pabo te gaan volgen. Daar ben ik nog steeds ontzettend dankbaar voor, want dankzij die mogelijkheid kon ik mijn opleiding combineren met het werken in de praktijk. Ik begon bij Inholland in Rotterdam en daar startte eigenlijk een heel nieuw hoofdstuk.
De deeltijd pabo paste op zich goed bij mij. Je moet behoorlijk zelfstandig kunnen werken en vooral goed kunnen plannen, maar dat zijn eigenschappen die gelukkig wel bij mij passen. Ik zeg achteraf altijd dat ik de pabo niet per se ontzettend moeilijk vond, maar dat het vooral ontzettend veel is. Er zijn veel opdrachten, toetsen, lessen en deadlines en ondertussen sta je ook gewoon voor de klas. Zodra je een beetje achter begint te lopen, merk je dan ook meteen dat het best lastig is om die achterstand weer weg te werken.
Mijn eerste en tweede jaar gingen eigenlijk prima. Ik haalde mijn vakken en opdrachten en ondertussen stond ik steeds meer met vertrouwen voor de klas. Ik had het gevoel dat ik goed op weg was om mijn opleiding gewoon binnen de geplande tijd af te ronden. Totdat ik tegen de Wiscat aanliep.
De Wiscat
Rekenen is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik ben veel meer een taaltype en kan ontzettend genieten van lezen, schrijven en het uitleggen van dingen, maar bij rekenen moet ik simpelweg wat harder werken. Dat wist ik natuurlijk al, dus ik heb de Wiscat zeker niet onderschat. Ik heb cursussen gevolgd, ontzettend veel geoefend en urenlang geprobeerd om alle rekenstof goed in mijn hoofd te krijgen.
Wat het voor mij extra lastig maakte, was dat ik in de coronaperiode met de pabo was begonnen. Daardoor waren er destijds wat andere mogelijkheden rondom de toets. De landelijke norm lag op een score van 103, maar bij Inholland werd een norm van 120 gehanteerd. En die 120 bleef voor mij steeds nét buiten bereik.
Dat was ontzettend frustrerend. Niet omdat ik mijn andere onderdelen niet haalde, want die gingen eigenlijk gewoon goed, maar omdat één toets ervoor zorgde dat ik na mijn tweede jaar niet door kon naar het derde jaar. Ik had het gevoel dat ik klaar was om verder te gaan, maar op papier mocht dat simpelweg nog niet.
Dat was zo'n moment waarop je jezelf behoorlijk wat vragen gaat stellen. Wil ik hier nog mee doorgaan? Is er misschien een andere manier? Moet ik stoppen? Ik heb daar veel over gesproken met mijn directrice, mijn ouders, mijn vriend en vriendinnen.
En eerlijk? Ik ben op dat moment echt meerdere keren op het punt geweest om te stoppen.
Want als je keer op keer ontzettend hard werkt en het lukt nét niet, dan wordt het steeds moeilijker om jezelf ervan te overtuigen dat het de volgende keer wel gaat lukken. Toch kwam ik steeds weer bij dezelfde gedachte uit: ik wil juf worden. En als ik dat echt wil, dan moet ik blijven zoeken naar een manier om daar te komen.
Dus gaf ik niet op.
Een andere route
Toen ontdekte ik dat ik kon overstappen naar Thomas More in Rotterdam. De overstap was natuurlijk niet iets wat je zomaar even regelt. Er moest van alles worden afgestemd met mijn stichting en met beide opleidingen en bovendien sloten de programma's niet één op één op elkaar aan. Gelukkig had ik bij Inholland al behoorlijk wat onderdelen gehaald, waardoor ik bij Thomas More niet alles opnieuw hoefde te doen.
Uiteindelijk vervolgde ik daar mijn opleiding. Thomas More vond ik echt een hele fijne plek. Het is een opleiding die volledig gericht is op de pabo, waardoor je eigenlijk alleen maar mensen om je heen hebt die hetzelfde doel hebben: uiteindelijk voor de klas staan als leerkracht. Dat vond ik prettig. Je zit met elkaar in hetzelfde schuitje en begrijpt daardoor ook heel goed waar de ander mee bezig is.
Mijn route werd door de overstap uiteindelijk wel wat ingewikkelder en langer dan ik vooraf had gehoopt. Maar op dat moment vond ik het vooral belangrijk dat ik verder kon. Ik had inmiddels al zoveel geïnvesteerd in mijn opleiding en wist heel duidelijk dat ik dit wilde afmaken.
Alleen was ik nog niet helemaal van het rekenen af. Toen kwam de volgende rekentoets...
In de laatste fase van mijn opleiding kwam de landelijke kennistoets rekenen. Ook daarvoor heb ik weer cursussen gevolgd en ontzettend veel geoefend. En toen kwam het moment waarop ik dacht dat ik eindelijk van het rekenen af zou zijn.
Ik haalde een 5. Je moest een 6 halen.
De tweede keer haalde ik een 5,5. Je moest nog steeds een 6 halen.
Ik kan je vertellen: op dat moment wordt zo'n verschil van een halve punt ineens enorm groot. Je weet dat je er ontzettend veel tijd in hebt gestoken, je weet dat je de stof steeds beter begrijpt en toch staat daar weer die 5,5.
Maar de derde keer lukte het. Een 6.
Ik denk serieus dat ik nog nooit zo blij ben geweest met een zes. Het was misschien geen spectaculair cijfer, maar voor mij betekende die zes ontzettend veel. Het betekende dat ik eindelijk door kon. Na al die uren oefenen, de cursussen en de momenten waarop ik dacht dat het misschien nooit zou lukken, had ik hem gehaald.
En juist daarom is dat misschien wel het cijfer dat ik het beste onthouden heb.
Niet omdat het mijn hoogste cijfer was, maar omdat het het bewijs was dat blijven proberen uiteindelijk verschil kan maken. En ik heb niet opgegeven!
Als ik nu terugkijk op mijn pabo-avontuur, denk ik dat doorzetten misschien wel de grootste les is die ik eruit heb gehaald. Ik ben zo vaak op het punt geweest dat ik dacht: misschien moet ik hier gewoon mee stoppen. Zeker wanneer iets steeds opnieuw niet lukt, is het heel verleidelijk om te denken dat het gewoon niet voor je is weggelegd.
Ik ben opnieuw gaan oefenen, heb opnieuw hulp gezocht, ben opnieuw een toets gaan maken en heb steeds weer geprobeerd om het op een andere manier aan te pakken. Soms met ontzettend veel vertrouwen en soms met behoorlijk weinig vertrouwen, maar ik ging door.
En dat is iets wat ik inmiddels ook vaak tegen mijn leerlingen zeg. Je hoeft iets niet meteen te kunnen om het uiteindelijk wel te kunnen. “Ik kan het nog niet” is iets heel anders dan “ik kan het niet”.
Ik kan natuurlijk niet tegen een leerling zeggen dat alles vanzelf goedkomt. Sommige dingen zijn gewoon moeilijk en soms moet je ergens ontzettend hard voor werken. Maar ik kan ze wel meegeven dat opgeven niet altijd de oplossing is. Vraag om hulp, probeer het nog een keer, probeer het op een andere manier en geef jezelf de tijd om te leren.
Want kijk maar naar juf. Ik wilde juf worden. Het ging niet altijd makkelijk. Ik heb meerdere keren gedacht dat ik misschien moest stoppen. Maar… I didn't.
En uiteindelijk stond ik daar met mijn diploma.
Vier dagen voor de klas en één dag naar school
Wat mijn pabo-avontuur voor mij anders maakte dan misschien bij sommige andere studenten, was dat ik de opleiding combineerde met een behoorlijke verantwoordelijkheid op school. Ik had één dag per week school en stond vier dagen per week voor de klas. Dat klinkt achteraf fantastisch, omdat je ontzettend veel praktijkervaring opdoet, maar het betekende ook dat ik naast mijn studie gewoon verantwoordelijk was voor een klas.
Ik hield me bezig met OPP's, rapporten, kindverslagen, kindgesprekken, oudergesprekken en toetsen. Natuurlijk moest ik daarnaast mijn lessen voorbereiden, evalueren en aanpassen en ondertussen waren er ook nog de opdrachten en toetsen voor de pabo. Er waren dus genoeg momenten waarop ik 's avonds dacht: hoe krijg ik dit allemaal nog gedaan?
Toch zou ik achteraf niet anders willen. Juist doordat ik zoveel in de praktijk stond, kon ik wat ik op de pabo leerde meteen toepassen. Andersom nam ik situaties uit mijn klas mee naar de opleiding en kon ik daar weer over nadenken. Die wisselwerking heeft mij ontzettend veel geleerd.
De pabo gaf mij de theorie en de praktijk gaf mij de mogelijkheid om die theorie echt te ervaren. Ik leerde niet alleen uit boeken en lessen, maar vooral door dingen uit te proberen, fouten te maken, vragen te stellen en opnieuw te proberen.
Een grappig onderdeel van mijn pabo-avontuur is dat ik stage lopen eigenlijk altijd heel leuk heb gevonden. Ik vond het heerlijk om in een klas te staan en gewoon bezig te zijn met kinderen en onderwijs. Ik kon daar echt mijn ei kwijt.
Alleen had ik één klein probleem: zodra iemand kwam kijken, was ik ineens zenuwachtig alsof mijn hele toekomst van dat ene uur afhing.
Vooral in mijn afstudeerjaar vond ik dat verschrikkelijk spannend. Als iemand anderhalf uur in je klas komt observeren, ga je natuurlijk ineens aan alles twijfelen. Doe ik het goed? Praat ik niet te veel? Stel ik wel goede vragen? Had ik dit anders moeten aanpakken?
Achteraf sloeg die spanning natuurlijk nergens op. Ik heb altijd hele fijne gesprekken gehad met mijn stagebegeleiders, examinatoren en andere mensen die mij tijdens de opleiding hebben begeleid. Juist die feedback heeft mij geholpen om steeds beter te worden.
Tijdens mijn afstudeerjaar kreeg ik uiteindelijk een compliment dat mij altijd is bijgebleven. Er werd tegen mij gezegd dat ik eigenlijk gemaakt was voor het SBO en dat de kinderen zich zo fijn en prettig bij mij voelden.
Dat vond ik misschien wel het mooiste compliment dat ik had kunnen krijgen.
Want uiteindelijk is dat precies wat ik belangrijk vind. Natuurlijk wil ik goede lessen geven en wil ik dat kinderen leren en groeien, maar voordat dat kan, moeten kinderen zich veilig voelen. Ze moeten weten dat ze fouten mogen maken, vragen mogen stellen en zichzelf mogen zijn.
Als ik nu terugkijk, lijkt het misschien alsof het allemaal uiteindelijk wel goed is gekomen en dat het daarom achteraf makkelijk voelt. Maar dat was het zeker niet altijd.
Ik heb vaak genoeg voor de klas gestaan en gedacht: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Soms moest een les compleet worden aangepast omdat iets totaal anders liep dan ik had verwacht. Soms moest ik een les filmen voor de opleiding en zag ik daar ontzettend tegenop. En soms had ik gewoon zoveel te doen dat ik even niet meer wist waar ik moest beginnen.
Gelukkig heb ik altijd een heel fijn netwerk om mij heen gehad. Mijn collega's, mijn vriend en mijn ouders hebben me ontzettend vaak geholpen wanneer ik ergens mee zat of gewoon even iemand nodig had die met me meedacht. Daar ben ik ze nog steeds ontzettend dankbaar voor.
Want hoewel je de pabo uiteindelijk zelf moet halen, hoef je hem absoluut niet alleen te doen.
Voor iedereen die aan de pabo begint
Als jij dit leest en binnenkort aan de pabo begint, of er nu middenin zit, wil ik je vooral meegeven dat het beter wordt. Misschien voelt het in het begin alsof er ontzettend veel op je afkomt en misschien heb je soms het idee dat iedereen het beter voor elkaar heeft dan jij. Waarschijnlijk is dat helemaal niet zo.
Probeer zoveel mogelijk ervaring op te doen in de praktijk. Ga kijken bij collega's, stel vragen, probeer dingen uit en wees niet bang dat een les een keer mislukt. Ik heb zelf juist ontzettend veel geleerd van de lessen waarvan ik achteraf dacht: nou, dat had beter gekund.
En laat je vooral niet te snel ontmoedigen wanneer iets niet lukt. Ik heb zelf ervaren dat één toets of één onderdeel soms ineens een enorme blokkade kan voelen, terwijl het uiteindelijk maar één onderdeel van je hele opleiding is. Zoek hulp wanneer je die nodig hebt, praat erover en kijk welke mogelijkheden er zijn.
En bovenal: geef niet op. Soms lukt iets niet vandaag. Dat betekent niet dat het morgen ook niet lukt.
Misschien moet je een andere route nemen. Misschien duurt het wat langer. Misschien moet je iets drie, vier of zelfs vijf keer proberen. Dat maakt je route niet minder waardevol.
Je hoeft niet precies dezelfde route te lopen als een ander om op dezelfde mooie plek uit te komen.
Heb je vragen over de pabo?
Ik ben inmiddels ongeveer twee jaar afgestudeerd, dus mijn eigen pabo-avontuur ligt nog vers genoeg in mijn geheugen om er behoorlijk wat over te kunnen vertellen. Heb je vragen over de deeltijd pabo, over bepaalde vakken, stage, het combineren van werken en studeren of ben je gewoon benieuwd hoe ik het allemaal heb aangepakt? Stuur me gerust een berichtje.
Ik help je met alle liefde. Want als ik één ding heb geleerd tijdens mijn eigen pabo-avontuur, dan is het wel dat je het niet allemaal alleen hoeft te doen.
Want soms zit dat ene stapje dat je nodig hebt om verder te komen, precies aan de andere kant van het moment waarop je eigenlijk wilde stoppen. 💚
Reactie plaatsen
Reacties