Vandaag was zo’n dag waarvan je aan het einde van de middag merkt dat je hoofd voller zit dan normaal. Niet omdat je geen zin hebt in je werk of omdat je je afvraagt waarom je ooit voor het onderwijs hebt gekozen, maar juist omdat je er met je hele hart in staat en sommige dagen daardoor simpelweg meer met je doen dan andere dagen.
We zitten inmiddels in de tweede week van het nieuwe schooljaar. De eerste periode is altijd een bijzondere tijd, waarin alles weer opnieuw begint. Je leert nieuwe kinderen kennen, probeert te ontdekken wie er achter een bepaald gedrag zit, waar een kind blij van wordt, wat het nodig heeft om zich veilig te voelen en op welke manier jij als leerkracht het beste kunt aansluiten. In het SBO gaat dat vaak net even anders dan in het reguliere onderwijs. Je kijkt niet alleen naar wat een kind moet leren, maar ook naar alles wat ervoor nodig is om überhaupt tot leren te kunnen komen.
Vandaag was er een gesprek dat me daarin weer even heel erg meenam. Je probeert elkaar te leren kennen, stelt vragen en luistert naar wat een kind en ouder vertellen. Maar soms verandert de sfeer ineens. Er komt iets naar boven wat je niet had verwacht en voor je het weet zit je midden in een gesprek waarin emoties hoog oplopen. Een ouder die verdrietig wordt, een kind dat stil wordt en een situatie waarvan je merkt dat die veel groter is dan wat er op dat moment aan tafel besproken wordt.
Op zo’n moment wil je als leerkracht natuurlijk maar één ding: er voor die ouder en dat kind zijn. Je wilt luisteren, proberen te begrijpen, de juiste vragen stellen en vooral zorgen dat iemand zich gehoord voelt. Tegelijkertijd merk je dat het gesprek ook iets met jezelf doet. Je bent niet alleen leerkracht die daar zit vanuit je professionele rol, je bent ook gewoon een mens en sommige verhalen of situaties komen nu eenmaal binnen.
Ik denk dat we daar in het onderwijs best wat vaker over mogen praten. We hebben het heel vaak over de mooie kanten van het vak en gelukkig maar. Over kinderen die groeien, over kleine successen die voor een ander misschien onbeduidend lijken maar voor jou als leerkracht ontzettend groot zijn, over een leerling die ineens iets begrijpt waar hij weken mee heeft geworsteld of over een kind dat na een moeilijke periode weer vertrouwen in zichzelf begint te krijgen. Dat zijn de momenten waar je het voor doet en die ervoor zorgen dat je iedere ochtend weer met plezier je klas binnenstapt.
Maar er zijn ook dagen waarop het gewoon moeilijk is.
Dagen waarop gedrag je voor een raadsel stelt en je niet direct weet wat je ermee moet. Dagen waarop je een situatie op verschillende manieren probeert aan te pakken en niets lijkt te werken. Dagen waarop je achteraf nog eens nadenkt over wat er is gebeurd en jezelf afvraagt of je het anders had kunnen doen. Misschien had je iets eerder moeten signaleren, misschien had je anders moeten reageren of misschien was er simpelweg geen perfecte reactie op dat moment.
Dat vind ik soms best lastig aan mijn werk. Je staat iedere dag voor je groep met de intentie om het goed te doen. Je bereidt je lessen voor, denkt na over je leerlingen, probeert aan te sluiten bij hun onderwijsbehoeften en bent ondertussen voortdurend bezig met wat er onder het zichtbare gedrag gebeurt. Je wilt begrijpen waarom een kind doet wat het doet en wat jij kunt doen om het kind verder te helpen. Maar soms is er niet meteen een antwoord en soms is er ook helemaal geen eenvoudige oplossing.
En dat moet volgens mij ook mogen.
We verwachten in het onderwijs soms ontzettend veel van onszelf. We willen goede lessen geven, ieder kind zien, passend onderwijs bieden, problemen oplossen, ouders goed te woord staan en ondertussen ook nog rustig en professioneel blijven wanneer een situatie ingewikkeld wordt. Natuurlijk hoort dat bij ons vak en natuurlijk is het belangrijk dat je professioneel handelt, maar professioneel zijn betekent voor mij niet dat je nooit geraakt mag worden.
Je kunt professioneel zijn en tegelijkertijd emotioneel worden van iets wat je meemaakt. Je kunt een gesprek voeren, je best doen om iemand te ondersteunen en daarna merken dat het verhaal nog even in je hoofd blijft zitten. Je kunt in de klas rustig en duidelijk je grenzen bewaken en vervolgens in je auto even moeten bijkomen van wat er die dag allemaal is gebeurd. Dat maakt je geen minder goede leerkracht. Het betekent volgens mij juist dat je betrokken bent bij de mensen met wie je werkt.
Wat ik zo waardevol vind aan mijn team, is dat ik niet het gevoel heb dat ik alles alleen hoef te kunnen. Wanneer iets moeilijk is, kunnen we het met elkaar bespreken en proberen we samen te kijken wat er nodig is. Soms heeft een collega een andere kijk op een situatie en helpt dat je om weer verder te kunnen. Soms kom je samen tot een aanpak waarvan je denkt dat die kan werken en soms blijven er nog steeds vragen over. Ook dat hoort erbij. Je hoeft niet altijd direct de oplossing te hebben om toch goed bezig te zijn.
Misschien is dat wel iets wat ik mezelf steeds meer probeer te leren: dat ik niet alles meteen hoef op te lossen. Sommige kinderen hebben tijd nodig, sommige situaties hebben tijd nodig en soms heb je als leerkracht ook tijd nodig om te ontdekken wat werkt. Het is niet erg om ergens tegenaan te lopen, zolang je maar bereid bent om te blijven kijken, te blijven leren en hulp te vragen wanneer dat nodig is.
Na een moeilijke dag probeer ik daarom niet te doen alsof er niets is gebeurd. Ik vind het juist fijn om het van me af te schrijven, omdat ik daardoor mijn gedachten een beetje kan ordenen. Ik praat er graag over met collega's en soms is het alleen al prettig om hardop te kunnen zeggen dat iets moeilijk was. Daarna stap ik in mijn auto en rij ik naar huis. Dat stukje tussen school en thuis vind ik eigenlijk heel waardevol, omdat het me de tijd geeft om rustig te worden en de dag langzaam los te laten.
Soms lukt dat meteen en soms helemaal niet. Sommige dingen neem je nu eenmaal mee naar huis, zeker wanneer iets je echt heeft geraakt. Dan zit je 's avonds nog even na te denken over een gesprek, een kind of een situatie en vraag je je af of je het goed hebt aangepakt. Dat hoort misschien ook bij werken met je hart. Je kunt de schooldeur wel achter je dichttrekken, maar je betrokkenheid zet je niet zomaar uit.
Toch vind ik het fijn om mezelf eraan te herinneren dat morgen weer een nieuwe dag is. Niet omdat daarmee alles wat vandaag moeilijk was ineens verdwenen is, maar omdat je niet iedere dag alles hoeft mee te dragen. Morgen mag je opnieuw beginnen, opnieuw kijken, opnieuw luisteren en opnieuw proberen. Misschien weet je dan nog steeds niet precies wat de oplossing is, maar je hebt weer een nieuwe dag om samen te zoeken.
Daarom denk ik dat we de moeilijke dagen in het onderwijs ook wat meer ruimte mogen geven. We hoeven niet van iedere dag een succesverhaal te maken en we hoeven onszelf niet steeds voor te houden dat we het allemaal wel aankunnen. Soms was een dag gewoon zwaar. Soms heeft iets je geraakt en soms weet je even niet hoe je verder moet. Dat betekent niet dat je niet professioneel bent en het betekent ook niet dat je je werk niet goed doet.
Het betekent dat je mens bent.
En misschien mogen we juist daarin wat liever voor onszelf zijn. We mogen voelen dat iets moeilijk is, we mogen erover praten, we mogen even emotioneel worden en daarna weer kijken wat er nodig is. Voor onze leerlingen, voor hun ouders, voor onze collega's en ook voor onszelf.
Vandaag was voor mij zo’n dag. Een dag die nog wel even in mijn hoofd zal blijven zitten en waar ik waarschijnlijk nog een paar keer over na zal denken. Maar morgen gaat de wekker weer, stap ik de school binnen en begint er opnieuw een dag waarin ik weer mijn best ga doen voor de kinderen die aan mij zijn toevertrouwd.
Lieve jij:
Je mag geraakt worden.
Je mag het moeilijk hebben.
En de volgende dag mag je gewoon weer opnieuw beginnen.
Reactie plaatsen
Reacties
Prachtig geschreven juf Dees. ♥️ Mooie zelfreflectie en tegelijkertijd ook een hart onder de riem voor andere leerkrachten.
Goed om dit ook eens te bespreken !
Heel mooi geschreven ook echt vanuit je hart 💕