De eerste weken: even wennen!

Gepubliceerd op 30 september 2026 om 19:50

Een nieuw schooljaar. Een nieuwe groep, nieuwe gezichten, een nieuwe dynamiek en opnieuw ontdekken hoe we samen een klas gaan vormen. Voordat de eerste schooldag begint, weet je natuurlijk al het één en ander. Je hebt de overdracht gelezen, kent de belangrijkste informatie over de leerlingen en neemt die kennis zeker mee in je achterhoofd. Je weet misschien al waar je bij een leerling extra alert op moet zijn of welke dingen eerder goed hebben gewerkt. Toch probeer ik ieder schooljaar met een bepaalde gedachte te beginnen: laat het maar op me afkomen.

Want hoeveel je vooraf ook weet, je weet nooit precies hoe het in jouw klas gaat zijn. Je kunt een leerling kennen uit een overdracht, maar je kent hem of haar nog niet zoals je dat na een paar weken in de klas doet. Je weet nog niet wie er binnenkomt met een grote glimlach, wie eerst even de kat uit de boom kijkt, wie meteen de grenzen opzoekt of wie juist heel veel bevestiging nodig heeft. Dat moet je ontdekken en juist dat vind ik bijzonder aan de start van een schooljaar. Je begint met een soort nieuwsgierigheid naar de kinderen die voor je zitten en vraagt je af: wie zijn deze kinderen, hoe gaan wij het samen doen en wat hebben zij van mij nodig om zich fijn te voelen en tot leren te komen?

Binnen het SBO komt daar nog iets bij kijken. Onze leerlingen worden ieder jaar opnieuw ingedeeld op basis van leeftijd en niveau. We kijken welke groepssamenstelling het beste past en welke niveaus goed bij elkaar aansluiten. Daardoor kan het gebeuren dat leerlingen die daarvoor uit drie verschillende groepen kwamen, ineens samen in één klas zitten. Ieder kind neemt zijn eigen ervaringen en gewoontes mee. De één is gewend om de dag op een bepaalde manier te starten, terwijl de ander juist op een heel andere manier begint. De één weet precies hoe het rekenen bij de vorige leerkracht werd aangepakt, terwijl een ander gewend is om eerst veel meer begeleiding te krijgen. En dan kom ik daar ook nog bij, met mijn eigen manier van werken, mijn eigen routines en mijn eigen verwachtingen van hoe ik het graag in mijn klas wil zien.

En laat me je zeggen: ik moest daar zelf ook echt even inkomen.

Ik vond het best lastig om in die eerste weken mijn draai te vinden. Niet omdat ik geen leuke groep heb, want ik heb echt een lieve en leuke klas, maar juist omdat er zoveel verschillen zichtbaar zijn. Je bent niet alleen bezig om de kinderen aan jouw manier van werken te laten wennen, je bent zelf ook voortdurend aan het ontdekken welke aanpak bij deze groep past. Wat bij een vorige groep heel goed werkte, werkt niet automatisch hier. En iets waarvan ik vooraf dacht dit kunnen ze toch al?, bleek soms helemaal niet zo vanzelfsprekend te zijn.

Mijn Gouden Weken inspiratiegids was daarom ook dit jaar weer een belangrijke leidraad. Ik wilde de eerste weken bewust gebruiken om te investeren in de groep en niet alleen maar bezig zijn met het programma. We deden kennismakingsactiviteiten, samenwerkingsopdrachten en praatten veel met elkaar. Over wat we fijn vinden, over wat we van elkaar verwachten, over hoe we met elkaar omgaan en over wat je kunt doen wanneer iets niet lukt. Ik wilde niet alleen vertellen hoe ik graag wilde dat onze klas zou werken, maar vooral ook ontdekken wie deze kinderen zijn en wat zij nodig hebben.

En ondertussen was ik eigenlijk de hele dag aan het kijken en bijstellen. Ik vroeg mezelf steeds af wat wel werkte en wat niet, waar de kinderen goed op reageerden en waar ik toch opnieuw naar moest kijken. Soms dacht ik dat iets echt wel bekend zou zijn en kwam ik er tijdens de les achter dat ik daar misschien iets te makkelijk over had gedacht. Dan moest ik mijn plan aanpassen, opnieuw uitleggen, nog een keer oefenen of een andere aanpak proberen. Dat is op zichzelf helemaal niet erg, maar het vraagt wel veel van je. Je moet voortdurend schakelen en soms binnen een minuut je hele aanpak aanpassen aan wat er op dat moment in de groep gebeurt.

Het ene kind heeft meer duidelijkheid nodig, terwijl het andere juist wat ruimte nodig heeft. De één moet je even op weg helpen en de ander moet je juist leren om het zelf te proberen. Ondertussen probeer je ook nog de groep als geheel mee te krijgen. Dat klinkt misschien heel vanzelfsprekend, maar in de praktijk betekent het dat je soms na een les denkt: nou, dit ging toch anders dan ik had bedacht. En dan begin je de volgende dag gewoon weer opnieuw.

Daarbij was het de afgelopen periode sowieso ontzettend druk. Binnen het SBO schrijven we voor iedere leerling een OPP en dat is best een klus, zeker wanneer je de kinderen zelf nog volop aan het leren kennen bent. Je hebt natuurlijk de overdracht en informatie van het vorige schooljaar, maar tegelijkertijd verandert je beeld van een leerling iedere dag. Je ziet nieuwe dingen, ontdekt wat wel en niet werkt en probeert ondertussen ook nog goed onder woorden te brengen wat een leerling nodig heeft en waar je naartoe wilt werken. Dat alles gebeurt naast je gewone werk in de klas en juist in die eerste weken vond ik dat best pittig.

Ook op het gebied van gedrag moest ik bij een aantal leerlingen al vrij snel schakelen. Dat vond ik eerlijk gezegd niet altijd makkelijk. Je kent een kind nog maar net en probeert tegelijkertijd te begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt, wat het kind nodig heeft en hoe jij daar als leerkracht het beste op kunt reageren. Ik vond het daarom ontzettend fijn dat ik binnen het zorgteam snel kon overleggen en schakelen. Het hielp om samen naar situaties te kijken en ondersteuning in te zetten wanneer dat nodig was. Je hoeft gelukkig niet alles alleen uit te zoeken.

En ondertussen moest ik zelf dus ook gewoon nog mijn draai vinden.

Ik denk dat dat soms een beetje wordt vergeten wanneer we praten over de eerste weken van een schooljaar. We hebben het vaak over kinderen die moeten wennen aan een nieuwe groep, maar als leerkracht stap je óók iedere dag opnieuw een nieuwe groep binnen. Je bent nog aan het ontdekken welke aanpak werkt, welke routines je moet aanpassen en waar je grenzen liggen. Ook ik had dagen waarop ik thuiskwam en dacht dat het allemaal wel wat soepeler had gemogen. Dagen waarop ik het gevoel had dat ik vooral bezig was geweest met regels herhalen, ruzies uitspreken en kinderen motiveren om überhaupt aan hun werk te beginnen.En dat is misschien wel het beeld dat ik graag wat meer wil laten zien.

Want op Instagram en TikTok ziet onderwijs er soms ontzettend mooi uit. Je ziet de leuke activiteit, de lachende kinderen, het mooie werkblad en het moment waarop iedereen fijn samenwerkt. En die momenten zijn er bij ons absoluut, maar je ziet niet dat ik daarvoor misschien al vijf keer dezelfde regel heb herhaald, tussendoor een ruzie heb uitgesproken en een leerling opnieuw heb moeten motiveren om aan het werk te gaan. Je ziet ook niet dat een activiteit soms gewoon niet werkt zoals je had gehoopt en dat je na afloop denkt: oké, daar moeten we nog even opnieuw naar kijken.

Dat is óók onderwijs.

En ik vind het belangrijk om dat te zeggen, juist omdat ik zelf de afgelopen weken best moest inkomen. Het ging niet vanzelf en ik vond het niet altijd makkelijk. De groep is nog steeds volop in ontwikkeling en ik ben dat zelf ook. We zijn nog steeds aan het ontdekken wat werkt, welke routines echt van ons worden en hoe we ervoor zorgen dat al die verschillende kinderen zich samen onderdeel voelen van dezelfde groep.

Toch merk ik dat er langzaam iets verandert. Ik leer de kinderen steeds beter begrijpen en zij leren mij steeds beter begrijpen. Ik weet inmiddels beter wie wat extra aandacht nodig heeft, wie juist wat meer ruimte kan krijgen en welke aanpak bij welk kind werkt. De kinderen weten steeds beter wat ze van mij kunnen verwachten en welke afspraken we belangrijk vinden. Dat betekent niet dat alles nu ineens soepel loopt, want dat zou ook niet eerlijk zijn. Er zijn nog steeds momenten waarop ik denk dat we iets opnieuw moeten oefenen en er zijn nog steeds ruzies, discussies en kinderen die soms écht niet willen.

Maar ik zie wel iets ontstaan wat er in de eerste weken nog veel minder was: een groep.

En misschien hoeft het ook helemaal niet na bijna 5 weken perfect te draaien. Misschien mag een klas nog volop in ontwikkeling zijn. Misschien mag je als leerkracht zoeken, dingen uitproberen, jezelf vergissen en vervolgens weer teruggaan naar de tekentafel. Dat betekent niet dat je het niet goed doet. Het betekent vooral dat je goed blijft kijken naar wat jouw groep nodig heeft.

Want juist door die wrijving ontstaat er iets. Wrijving geeft glans.

Als ik nu naar mijn klas kijk, zie ik nog steeds een groep die behoorlijk verschillend is en die nog genoeg uitdagingen heeft. Maar ik zie ook steeds meer momenten waarop kinderen elkaar helpen, elkaar beter begrijpen en weten wat er van hen wordt verwacht. Ik merk dat ik zelf steeds meer mijn plek vind en dat we langzaam routines krijgen die echt van óns beginnen te worden. Het is nog niet af. En eerlijk gezegd denk ik ook niet dat een groep ooit echt af is.

En nu ben ik eigenlijk wel benieuwd naar jullie.

Hoe hebben jullie de eerste weken ervaren? Was het bij jullie vanaf het begin al duidelijk wat werkte, of waren jullie ook vooral aan het zoeken, bijstellen en opnieuw beginnen? En wanneer merkten jullie voor het eerst: ja, nu begint er echt een groep te ontstaan?


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.